DJHS 2: De Rolex en het gifje

Juni 2014. Er zijn een aantal weken verstreken sinds de aanslag op het Joods Museum. Mehdi Nemmouche zit al een tijdje vast en echt nieuws over de zaak is er niet. De gebeurtenis wordt langzaam geschiedenis, een nieuwe toevoeging aan de Wiki-lijst met aanslagen op Europees grondgebied. Ook de bloemenzee voor het Joods Museum verliest zijn kleur en wordt uiteindelijk opgeruimd, journalisten laten de zaak met rust.
Althans, journalisten van de traditionele media. Op internet wordt er namelijk nog genoeg gespeculeerd, al is het op websites die mijn browser in 80% van de gevallen niet vertrouwt. De eerste complottheorieën steken de kop op, want zeg nou zelf, het is op zijn minst opmerkelijk te noemen: een ‘terrorist’ die een ‘goed geplande’ aanval uitvoert op zo een betekenisvol doelwit, is toch niet zo dom om alles wat hem aan die aanslag linkt mee te nemen in een Eurolijnbus die vrijwel altijd wordt gecontroleerd. De criticasters op internet zijn het erover eens, Nemmouche is erin geluisd, of sterker nog: ingehuurd om deze aanslag te plegen, omdat de Israëlische toeristen die hij in de entreehal trof zouden werken voor de beruchte Israëlische geheime dienst. Sommige stukken moet ik twee keer lezen om te kunnen geloven dat iemand deze alternatieve analyses echt bedacht en opgeschreven heeft.

De eerste (en vooralsnog enige) verklaring die Nemmouche zelf aflegt is dat hij de tas gevonden of gekocht heeft. Later verwerpt hij die verklaring en zet een stoïcijns zwijgen in. Het enige waar Nemmouche zich in die eerste weken zorgen om lijkt te maken, is dat hij aan Israël zal worden uitgeleverd. Zijn advocaten, die in sommige gevallen ook een wat schimmig verleden blijken te hebben, dringen erop aan dat hij in Frankrijk berecht wordt, omdat hij daar werd opgepakt en een Frans staatsburger is. Maar op 26 juni wordt toch besloten dat hij zal worden uitgeleverd aan België.

Het is al gauw duidelijk dat het onderzoek nog maanden zal gaan duren en dat Nemmouche niet bereid is binnen afzienbare tijd met antwoorden te komen. De aanslag lijkt bovendien niet echt gevolgen te hebben. Inlichtingendiensten worden wat aangescherpt, er is een tijdje wat meer aandacht voor Syriëgangers en de situatie in het Midden-Oosten, maar dan wordt het vrij snel stil rondom de hele kwestie. En net als het voorval ook een beetje naar de achtergrond van mijn eigen hoofd is verdwenen, is er begin juli nieuws waarvan de media, de publieke opinie en al helemaal ikzelf de schaal en reikwijdte aanvankelijk niet goed kunnen inschatten: er wordt een kalifaat uitgeroepen en de terroristische organisatie ISIS (of ISIL) doopt zichzelf om tot Islamitische Staat. De organisatie heeft ineens een zelfverklaard grondbied, met grenzen die ze willen verschuiven tot ver buiten Irak en Syrië.

Pas maanden later bekijk ik de film waarin het kalifaat wordt uitgeroepen van begin tot eind. Het gaat om een opgenomen vrijdagpreek van Abu Bakr Al-Baghdadi in een moskee in Mosul, Irak. Wie hij precies is moet ik googelen. Er is weinig over hem bekend, want hij laat zich zelden zien en beter ook, Interpol is al jaren naar hem op zoek. Sinds 2010 leidt hij een belangrijke divisie van al-Qaeda die zich uiteindelijk zal afsplitsen om uit te groeien tot IS. De twee foto’s die van hem bestaan tonen een wat pafferige man met een dreigende blik en brede, borstelige wenkbrauwen.

Maar als ik hem op bewegend beeld zie, moet ik in eerste instantie een beetje lachen. In het eerste shot zie je hoe hij tergend traag een trap bestijgt, trede voor trede en als hij eenmaal staat en de camera op hem inzoomt zie ik een broos mannetje, die wat nasaal voor zich uit mompelt. Wat me vooral opvalt en bijblijft is de Rolex om zijn rechterpols en het wapperende IS-vlaggetje dat iemand in de linkerbovenhoek heeft gemonteerd.

Van de preek zelf word ik niet heel veel wijzer en van de analyses die erop losgelaten worden eerlijk gezegd ook niet. Het is me al gauw duidelijk wat me te doen staat. Als ik me echt in dit fenomeen wil verdiepen, dan zal ik de geschiedenis moeten begrijpen van de verschuivingen die het Midden-Oosten al jaren, zo niet eeuwen tot een brandhaard van conflictsituaties maakt. Een geschiedenis waar de jongens die ik in eerste instantie onderzoek misschien helemaal niets mee hebben. Juist niet, is wat me opvalt.

De afgelopen weken hebben de kranten volgestaan met uitleg over IS en de geschiedenis van deze organisatie. Ik ga dat hier niet overdoen, al heb ik op een hoop van de infographics en ‘IS in vijf vragen’-artikelen wel het een en ander aan te merken. De organisatie, haar wortels, haar structuren en haar uitwerking zijn niet zo eenduidig uit te leggen, de journalisten die de afgelopen weken hun werk goed deden, vermeldden dat erbij. Maar ik zal de eerste zijn om te zeggen dat je ergens moet beginnen, de materie is zo complex en veranderlijk dat een simpel ‘op de hoogte zijn’ al een dagtaak is.

Een van de beste boeken die ik over dit onderwerp las en die ook veel context geeft bij de geschiedenis waaruit IS kon ontstaan is De terugkeer van het kalifaat van de Italiaanse journaliste Loretta Napoleoni. Ik las het boek begin 2015 en ik kan me vooral nog het moment herinneren waarop ik realiseerde dat een groepering als IS niet zomaar een zooitje vechtlustige strijders bij elkaar is, maar ook een soort bedrijf, met een boekhouding, een systeem van ministeries en provincies en een PR-machine waar je u tegen zegt.

Ik wilde alles weten, maar in ieder artikel of boek dat ik las, bleef ik begrippen en gebeurtenissen tegenkomen die ik niet eerder tegenkwam. Ik hield aantekeningen bij, maakte schema’s en tijdlijnen, klikte eindeloos door in de voetnoten van Wikipedia. Als iemand vroeg hoe de novelle vorderde werd ik een soort praatmachine die onophoudelijk feitjes uitspuwde. Ik hoorde mezelf veel te vaak zeggen ‘ja sorry, als ik er eenmaal over begin, kan ik niet meer stoppen.’ Dat leek een goed teken, totdat ik begreep dat al die feitenkennis me steeds verder afdreef van mijn oorspronkelijke uitgangspunt: de jongens die van hier naar daar reisden.

‘Hier’ en ‘daar’, het werden twee kapstokken die naar verloop van tijd vervaarlijk wankelden onder het gewicht van alles wat ik eraan op probeerde te hangen. Ik had een beetje aansporing nodig om te begrijpen dat ik hier moest beginnen, in de omgeving die ik kende, bij dingen die tastbaar en begrijpelijk voor me waren, bij de jongens die mijn klasgenoot hadden kunnen zijn.
Hoe dat hier en daar met elkaar te verbinden, was voor latere zorg.