Morgen gezond weer op

Er is geen vrouw van wie ik vaker heb gehoopt dat ze mijn moeder was, dan Sonja Barend. In het huishouden waar ik opgroeide werd de VARAgids iedere week van kaft tot kaft gelezen. Mijn echte moeder nam me vanaf veel te jonge leeftijd jaarlijks mee naar de VARA-ledendag. Daar kreeg ik VARA-buttons, VARA-stickers, VARA-pennen, VARA-snoep en zongen mannen met imposante snorren luidkeels De Internationale als hen dat werd gevraagd. Daar zag ik ze allemaal. De Jack Spijker- en Paul Wittemannen van deze wereld, die dagelijks via radio en tv het gesprek aan onze keukentafel van een rood randje voorzagen. Maar er was niemand, op de VARA-ledendag en ver daarbuiten, die kon tippen aan Sonja Barend.

Als kind viel ik vooral voor haar broches. Kleurrijke glimmers in alle soorten en maten waarvan ik me vooral afvroeg hoe ze die opborg. Of ze daar thuis vitrines voor had, laatjes met op maat gemaakte vakken en rood pluche of gewoon een slim geknoopt nylondraadje aan de binnenkant van haar kledingkast. Later viel ik voor de smaakvolle jasjes en blousen waar die broches op waren vastgemaakt. Het altijd perfect gekapte haar, het klassieke gezicht met de fonkelende ogen en de flinterdunne neusvleugels.
Het was de rust die ze over zich heen had. Wie er ook aan tafel plaatsnam, het was duidelijk dat diegene aanschoof aan háár tafel en niet andersom. Het was de manier waarop ze haar hoofd schuin hield als ze de belangrijkste vraag stelde, precies de goede mengeling tussen empathie, argwaan en tomeloze nieuwsgierigheid. Het waren de woorden die ze gebruikte, de snelle, scherpe opmerkingen die haar gesprekspartners net genoeg van hun a propos brachten om ze een ander antwoord te laten geven dan het antwoord dat ze hadden ingestudeerd. Iedere aflevering eindigde ze met dezelfde woorden en soms een knipoog ‘Voor straks: lekker slapen en morgen gezond weer op’. Uit haar mond klonk het niet als een advies, maar als een wetmatigheid.         

Laatst bekeek ik op YouTube een oude aflevering van Barend & Witteman. Het intromuziekje herkende ik in een milliseconde, een op hol geslagen kermisattractie in een hele slechte horrorfilm, toch kreeg ik er kippenvel van. Ik moest denken aan een koude februaridag in 2012. Mijn eerste werkdag bij een nieuwe baas. Ik liep in een zorgvuldig uitgekozen outfit en een nieuwe winterjas over de Prins Hendrikkade toen ik werd afgesneden door een babyblauwe Fiat Panda die allesbehalve soepel een parkeerplaats inschoot. Aan de passagierskant stapte een vrouw uit die ik meteen herkende als Sonja Barend. Ze leek verschrompeld, zette onzeker een paar passen op de gladde kinderkopjes, haar schouders ietwat gebogen. De grijze jas met imposante kraag leek haar op te slokken, tot ze zich omdraaide, mijn richting uit keek. Haar lichaam mocht zich dan wel van haar af bewegen, ze had nog steeds diezelfde felle blik, die van mij onmiddellijk een kind in pyjama maakte. In de stof vlak onder haar sleutelbeen zag ik een glimmertje.  


Morgen gezond weer op werd gepubliceerd in literair tijdschrift De Titaan #9