Boekarest #1

IMG-2123.JPG

De man in de kamer naast me snurkt zo hard dat ik gedwongen word op het ritme van zijn ademhaling in slaap te vallen. In bed na de eerste dag Boekarest voelt het alsof ik door een gat in de tijd gevallen ben, teruggespoeld naar een jaartal ver voordat ik bestond. In ons hotel (met de misleidende naam: Hemingway Residence) vallen heden en verleden, net als in alle andere gebouwen, plompverloren met elkaar samen. Op de hamers en sikkels na heeft niemand de moeite gedaan de Sovjet Unie uit het interieur weg te poetsen. Het Westen is er gewoon bij in gezet. In de ruimte waar we overdag les krijgen staat een hoge imposante kachelmuur van oranje-bruin porselein, op een richel zijn drie hypermoderne Boss-speakers neergezet. Wanneer je er naar kijkt, is het net alsof twee werelden per ongeluk op elkaar gebotst zijn. 

Het gebouw waarin Cinepub gevestigd is, was ooit van een generaal. Het huis is aangesloten op een ondergronds gangenstelsel van ruim zeven kilometer, maar als ik de conciërge naar dat gangenstelsel vraag verandert hij snel van onderwerp. Op dag één heb ik vooral geleerd dat Roemenen alleen over hun collectieve geschiedenis praten wanneer ze dat zelf gepast achten. Als je ernaar vraagt, zijn ze in eerste instantie vaak terughoudend. Toch blijkt bijna alles direct of indirect met de donkere periodes uit de geschiedenis verbonden. Zo vind ik de thermostaat iedere avond bij thuiskomst op 32 graden. Overal waar je komt is het bloedheet. Anna, een van onze docenten vertelde, niet verstoken van enige nostalgie, dat de Roemenen flink stoken omdat ze dat voor de revolutie niet konden. De generatie van haar ouders heeft zoveel kou geleden dat ze het nu met terugwerkende kracht compenseren door de verwarming altijd op standje Hawaii te zetten, ook al zijn ze niet thuis en ook al is het duur. Het constante gebruik van die luxe, is ook een constante herinnering aan de tijd dat die luxe er niet was. 

's Avonds dineren we in een restaurant dat Lacrimi si Sfinti heet: Tranen en Heiligen, naar de titel van een boek van de Roemeense filosoof Emil Corian. Andrei, een Roemeense schrijver die ons tijdens het eten vergezeld, vertelt dat het restaurant eigendom is van een hele rijke dichter. Misschien wel de rijkste dichter van heel Europa: Mirca Dinesku. Tijdens de revolutie, vlak nadat Ceausescu live op televisie werd vermoord, was Dinesku de eerste die op diezelfde televisie een toespraak hield waarin hij het volk op het hart drukte: de dictator is niet meer, we zijn vrij! Het maakte hem in één klap beroemd, en ook rijk dus, want mensen gingen hem van alles geven, zoals een restaurant. Andrei zegt dat Dinesku zo rijk is als Tolstoj, hij bezit een ranch met maar liefst 81 kamers, ergens bij de grens met Hongarije. Dinesku is nu tv-persoonlijkheid en zanger. Dichten doet hij ook nog steeds en soms staat hij in de keuken van Lacrimi si Sfinti. Op die avonden kun je het restaurant beter mijden, voegt Andrei eraan toe. 


Van 11 t/m 22 februari 2018 was ik in residentie bij Cinepub/GAV in Boekarest, Roemenië als onderdeel van CELA