Geen Svetlana

Ik moet mijn ogen dichtknijpen om Anna op het schermpje van mijn Iphone te ontwaren. Ze staat in het midden van het tunneltje, het logo van de NS precies boven haar hoofd, de bontkraag van haar jas als een vreemde, harige krans rond haar gezicht. Naast haar de letters ‘TERDAM MUIDERPOORT’ – ik krijg het hele station er niet op zonder Anna hopeloos uit beeld te verliezen. Wanneer ik inzoom op haar gezicht valt mijn telefoon uit en zie ik alleen nog de reflectie van mijn eigen bezwete hoofd.
Ik kijk recht vooruit en Anna staat nog steeds precies als op het beeldscherm; zonder te poseren, maar ook niet alsof ze staat te wachten. Ik wil dat ze die jas uitdoet, of tenminste de rits open. Traag komt ze mijn kant op, haar handtas stijf onder haar rechteroksel.            
‘Do you not have it warm?’ vraag ik zo vriendelijk mogelijk.
Ik wijs naar haar jas en glimlach.
‘No, thank you,’ antwoordt ze zacht. Thank you, de hele dag alleen maar dat thank you.

Tijdens mijn eerste twee afspraken bij Rox Relatiebemiddeling bladerde ik zes mappen met meisjes door onder leiding van Roxan, een voluptueuze dame van een moeilijk te bepalen leeftijd, Oekraïns van origine. Zowel de vloer als de wanden van haar piepkleine kantoor aan de Lorentzlaan waren beplakt met olijfgroen tapijt en verspreid over de muur hingen talloze huwelijksfoto’s van mannen zoals ik en meisjes zoals Anna. Tijdens de laatste afspraak zag ik pas dat er dubbele tussen hingen.
Op de foto’s die bij de informatiekaarten in de mappen waren gestoken, hadden bijna alle meisjes blote schouders. Ze hielden hun hoofd schuin en hun mond halfopen zodat de onderste helft van de voortanden en bij sommigen een stukje tong zichtbaar was. Anna had niets van dat alles en keek verlegen de camera in, als op een klassenfoto. Bovendien heette ze geen Svetlana of Lyudmila of Babuchka, maar gewoon Anna. Op een vreemde manier had me dat gerustgesteld.
‘Die,’ had ik tegen Roxan gezegd, mijn wijsvinger op Anna’s gezicht. Roxan nam de map van me over, zette haar bril op en klakte met haar tong terwijl ze eerst van veraf toen van dichtbij naar de foto keek.
‘Een stille, dat zie ik zo. Hou je daarvan?’
Ik schrok zo van die vraag dat ik hem met ‘ja’ beantwoordde.

De dagen voor de kennismakingsweek waren zenuwslopend. Roxan had me op het hart gedrukt niet alles te overdenken, maar ik deed het toch. Ik overdacht de aankomst, hoeveel zoenen, de rit van Schiphol naar huis. Ik overdacht de uitjes, het eten, de cadeaus. Ik overdacht waarom ik Anna nodig had, besloot dat er een groot, grijs gebied bestond tussen alleen en eenzaam zijn.
‘Het eerste moment is magisch,’ beloofde Roxan me, maar op Schiphol stond ik bij de verkeerde terminal en toen ik Anna eindelijk vond, herkende ze me niet meteen. Ze liet zich moeilijk zoenen – twee keer maar bovendien – en zei thank you toen ik de bloemen gaf, verder niets. Ze had kleine putjes in haar wangen, die had ik op de foto niet gezien.

Vandaag is de derde dag van de kennismakingsweek. We lopen vanaf Muiderpoort een stukje de Insulindeweg op richting Indische buurt. Ik luister naar het doffe geluid van mijn teenslippers, achter ons belt een meisje luidruchtig met haar moeder.       
‘Here is where I took the tram to my school when it was snowy weather, like in your country.’
Ik probeer Anna uit te leggen hoe een OV-chipkaart werkt, maar ben haar al na twee zinnen kwijt.
‘Tram 7, in direction Slotermeer,’ probeer ik nog.
‘Thank you,’ fluistert Anna, ik meen aan haar gezicht te zien dat ze zelf ook niet goed weet of dit de juiste context is. Het bellende meisje passeert ons, een stukje van haar billen komt onder haar korte, strakke broekje vandaan. Ik zie dat Anna ziet dat ik het zie en wend mijn blik af.
‘I’m gonna show you the house where I was born, yes?’
Anna haalt haar schouders op, haar handen in haar zakken. Ik wil graag zeggen dat ik haar ‘pretty’ vind, maar het woord blijft telkens aan mijn gehemelte plakken.

Als we afslaan bij de Riouwstraat, probeer ik onopgemerkt met de rug van mijn hand het zweet van mijn bovenlip te vegen. Ik had geen rood aan moeten doen, zelfs als ik mijn armen stijf tegen mijn lijf aanhoud zijn de zweetplekken zichtbaar.
Ik betrap mezelf op het verlangen Anna’s buik te zien, haar heupen. Ik heb meermaals gedroomd dat ik ze voorzichtig aanraakte ook al had ik alleen een foto van haar gezicht, maar Anna heeft tot nu toe alle nachten op de logeerkamer geslapen en ze doet telkens de deur op slot.  
‘It is very, very warm, hè? Look around, you are the only with coat on.’
Ze reageert niet.
Ik blijf stilstaan, zij ook.
‘I know in your country always coat on, because cold, brrrr, but here it’s ok, take it off, I carry it for you.’
Zei ik dat te dwingend? Ze mag alles zeggen nu, alles, zolang het maar geen thank you is.
Anna kijkt me aan, van zo dichtbij zie ik dat ze geen make-up op heeft en vlak voordat ik me afvraag wat ze dan ’s ochtends al die tijd in de badkamer doet, begint ze te lachen. Ze heeft een kaarsrecht, wit gebit en de klank van haar lach is warm, zalvend bijna. Ik lach opgelucht met haar mee en denk aan de huwelijksfoto’s op het kantoor van Roxan, als Anna fronst en haar armen over elkaar slaat.   
‘In Russia, there’s not only snow you know. We have sun and we have culture and we have many, many things you obviously know nothing about.’
Haar zware Russische accent maakt van de ‘r’ een diepe keelklank.
‘I wanna go home.’
Ze trekt haar jas uit, duwt hem in mijn handen en loopt verder. Ik wil ‘spasiba’ zeggen omdat ik dat geoefend heb, maar ze is al teveel meters van mij weg. Door haar strakke spijkerbroek heen, zie ik de randjes van haar ondergoed.


Geen Svetlana won in 2014 de schrijfwedstrijd van Schrijvers uit Oost en werd in 2015 opgenomen in de verhalenbundel Meer Oost van Uitgeverij Babel&Voss